Het eiland

Hvar is een langgerekt eiland van 80 km lang en ligt in oost-westelijke richting. De plaatsen Hvar, Stari Grad (Kroatisch voor Oude Stad) en Jelsa zijn, met enkele duizenden inwoners elk, de grootste plaatsen van het eiland. Verspreid over het eiland liggen ook nog vele kleine dorpjes met tot enkele honderden inwoners. In een van die dorpjes, Vrisnik, staat het huis.

Vrisnik heeft 120 permanente inwoners. De warme bakker is nog geen honderd meter bergopwaarts (dagelijks vers brood). Honderd meter naar beneden ligt "Konoba Vrisnik", een restaurant dat originele streekgerechten en slow food hoog in het vaandel heeft staan. Je kunt hier ook kennismaken met de eersteklas olijfolie en kwaliteitswijnen van het eiland. In het aanpalende dorpje SvirČe is een winkel van Sinkel voor de dagelijkse en vergeten boodschappen. In het drie km verderop gelegen Jelsa zijn alle voorzieningen te vinden, waaronder een ruim winkelaanbod, terrasjes en restaurants en een scooter-, fiets- en autoverhuur. Ook voor dokter en tandarts kan men hier terecht.

Liefhebbers van de grote supermarkt kunnen hun hart ophalen in de kleine mall die tegenover de kade van de veerboot in Stari Grad (ongeveer 10 km. vanaf Vrisnik) verrezen is. In de foodafdeling op de begane grond kan men kiezen uit vele soorten vleeswaren, chips, pasta, verse en diepvriesproducten, wijnen, enzovoorts. Je kunt hier desnoods in een keer alle inkopen doen voor de hele vakantie. Maar voor verse groenten en fruit bevelen wij toch de marktjes en winkeltjes in Stari Grad en Jelsa aan. Wie verse vis wil eten, kan vroeg uit de veren om 's ochtends om zes uur in Jelsa net gevangen vis in te kopen. Maar, op een coulanter tijdstip komt er ook twee keer per week in ons dorp een koopman zijn verse vis met luide stem aanprijzen.

Het klimaat aan de Kroatische kust (het noordelijke deel heet Istrië, het zuidelijke deel tot aan Dubrovnik Dalmatië) is heel anders dan dat in het binnenland, waar o.a. de hoofdstad Zagreb ligt. Het binnenland kent een landklimaat met koude winters en hete, droge zomers. Aan de kust heerst een onvervalst mild middellandse zeeklimaat. Die verschillen herken je ook bij de inwoners. De hoofdstedelingen maken vaak een wat stugge en gesloten indruk. De meeste Istriërs en Dalmatiërs hebben Italiaanse wortels (de kuststreek hoorde eeuwenlang bij de stadsstaat Venetië). Hun opgewektheid, hun ijdelheid (uiterlijk is heel belangrijk), de veelheid aan terrassen, het eten en drinken (pizza, espresso en cappuccino, ijs, veel verse vis en schaaldieren, verse groenten, wijn, olijfolie; alles van goede kwaliteit, niet in de laatste plaats omdat er nog kleinschalig geproduceerd wordt), hun luidruchtigheid en hun vriendelijkheid doen allemaal nogal Italiaans aan. Maar de invloed van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie is ook te merken: iets kost wat op het prijskaartje staat, fooien zijn niet verplicht en treinen en schepen rijden/varen vrijwel altijd op tijd.

Hoewel Kroatië een parlementaire democratie is met een stabiele munt, is de oorlog die in het voormalige Joegoslavië woedde bepaald niet onopgemerkt voorbij gegaan. Op de eilanden voor de kust is niet gevochten. Oorlogsschade of mijnen zul je hier dan ook niet aantreffen. Maar de Kroatische economie, die voor een groot deel drijft op toerisme, heeft veel tijd nodig om te herstellen van de gevolgen van de oorlog. Charmante, enigszins vergane glorie en socialistisch eenvormig beton kom je her en der nog wel tegen. Maar veel is ook conform de modernste en allerhoogste maatstaven. Wees niet direct gechoqueerd als je, vanwege je rolkoffer, in Split op straat meerdere malen -vaak door een bejaarde- aangeklampt wordt voor "sobe" (kamers) of "apartmani" of als iemand je een paar kuna probeert af te bedelen. Overigens hoort dit ook een beetje bij de grote stad. Split is na Zagreb de grootste stad van Kroatië met 280.000 inwoners. Maar pas op met generalisaties: er komt water van goede kwaliteit uit de kraan, de 0,5 promille alcoholnorm voor weggebruikers wordt door de Kroatische politie vlijtig gehandhaafd en het prijspeil is niet zo heel veel lager dan in Nederland. Buiten de deur eten is weliswaar goedkoper (gemiddeld ongeveer tweederde van het Nederlandse niveau), brandstof is minder duur dan in Nederland, maar een auto (kleine middenklasser) huren komt al gauw op € 90,- per dag, een fles kwaliteitswijn kost meer dan bij Gall & Gall en een hotelkamer in Hvar-stad kost in het hoogseizoen al gauw € 100,- per persoon per nacht, wil je echter echte luxe dan komt de rekening nog hoger uit.

De landstaal is Kroatisch, een Slavische taal in Latijns schrift. Veel zul je er dan ook niet van snappen. Een boekje "Wat en hoe" kan handig zijn. In de toeristische gebieden kun je over het algemeen prima met Engels terecht. Vooral de jongeren spreken het bijna allemaal en vaak heel goed. Ook veel toeristische informatie in folders en op websites is in het Engels beschikbaar. En omdat op Hvar al in de negentiende eeuw sprake was van georganiseerd toerisme (de eerste toeristische organisatie in Europa werd hier in 1868 opgericht) zijn ook de oudere inwoners, al is hun Engels dan misschien wat minder, ingesteld op communiceren met buitenlanders.